Warmte verdient aandacht

ProfielfotoPeter Smit 01-04-2019 232 keer bekeken 2 reacties

We zitten er graag warmpjes bij. Warmte is in dit koude kikkerlandje zo belangrijk, dat het warm hebben metaforisch is voor rijkdom en macht. Maar warmte krijgt in de energietransitie nog niet de aandacht die het verdient. Dat constateren CE Delft en Deltares over aquathermie en het Planbureau voor de leefomgeving over geothermie.


Ruimte is ons kostbaarste bezit

Waarom verdient warmte de aandacht? Nou, bijvoorbeeld omdat warmte winnen uit afvalwater het  aantal windturbines dat we nodig gaan hebben verkleint, terwijl de warmtewinning uit water zelf maar weinig ruimte nodig heeft. Kijk maar in Overvecht waar een grote warmtepomp 25 Megawatt aan warmte gaat leveren uit afvalwater. Dat scheelt 8 of 9 windmolens!  
Helaas weten we nog weinig van de mogelijkheden in Utrecht om warmte te winnen uit de diepe ondergrond (geothermie). Daar wordt in onze provincie nu onderzoek naar gedaan. Binnen 2 jaar weten we wat de mogelijkheden zijn. Voor winnen van aardwarmte zijn boven de grond installaties nodig. De ruimte die deze installaties nodig hebben, is beperkt, zeker in vergelijking tot de ruimte die nodig is voor zonnepanelen of windturbines. Warmte verdient de aandacht omdat het veel energie kan opleveren en weinig ruimte kost. 

Integraal is makkelijk gezegd…

Waar wringt de schoen? Behalve bij de individuele keuzevrijheid (waarover in een later blog meer), wringt de schoen bij de transporteerbaarheid van warmte. Iets dat warm is, koelt af. De warmte die je kunt winnen wil je daarom het liefst zo gauw mogelijk in de huizen hebben. Dat betekent ofwel warmte winnen dichtbij of in de bebouwde kom, ofwel nog te bouwen huizen en kantoren dichtbij warmtebronnen zetten. Tenzij dat laatste niet nodig is, omdat de nieuwbouwhuizen van zichzelf al energieleverend zijn en niet meer aangesloten hoeven te worden op een warmtenet. Ruimtelijke ontwikkelingen slim op elkaar afstemmen noemen we integrale planvorming. Dat streven we na in het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) van U10, en ik denk dat straks ook de provinciale omgevingsvisie (POVI) bol staat van de ambitie om de ruimtelijke ontwikkelingen in hun onderlinge verband te bezien. Dus dat komt goed. Toch? 

…maar moeilijk gedaan.

Ik hoop het. Timing is everything, maar schijn bedriegt. Dit voorjaar schijnt minister Ollongren met ons te willen afspreken dat we geplande huizen sneller gaan bouwen, want de Utrechtse woningmarkt staat onder druk. In november schijnt minister van Nieuwenhuizen te willen weten waar we tussen 2025 en 2040 huizen gaan bouwen zodat we weten waar de infrastructuur onder druk komt te staan. Minister Wiebes schijnt binnen een jaar na ondertekening van het nationale klimaatakkoord van ons te willen horen hoeveel duurzame elektriciteit we denken op te wekken in 2030. Alleen weet hij nog niet wanneer het klimaatakkoord wordt ondertekend, ergens tussen april en juni van dit jaar is de verwachting. Hij schijnt al wel te weten dat alle gemeenten in 2021 hun warmtetransitieplannen klaar moeten hebben. Daarin moet staan wanneer welke wijk van het gas afgaat en wat is voor die wijk de beste warmtebron is. Hoe gaan we er in dit woud van sectorale ministeriële wensen onze integrale planvorming vormgeven? In Twente zeggen we dan: Loat oe de kop nich gek maak’n. 

#Hoe dan?

Laten we ervoor kiezen om zowel in REP als in POVI, de inhoud voorop te zetten én een zelfbewuste koers te varen. Goed en zorgvuldig kijken hoe bijvoorbeeld de beschikbaarheid van warmtebronnen, de mogelijkheden voor woningbouw en de bereikbaarheid zich tot elkaar verhouden en dan pas keuzes maken. Het intrigerende is, dat de Utrechtse planontwikkeling van REP en POVI vertrekken vanuit vage beleidskaders met een hoog abstractieniveau en toewerken via steeds scherpere contouren naar concrete projecten. De planvorming van de rijksoverheid rondom infrastructuur, energie en woningbouw werkt natuurlijk precies zo, maar daarvan zijn we ons niet altijd bewust. Dus spreken we wel af wanneer we een bepaald document leveren, maar spreken we van tevoren niet voldoende af hoe concreet dat document moet zijn. Laten we dat wel gaan doen. Dat maakt de planning niet eenvoudiger, maar biedt wel de noodzakelijke ruimte voor integraliteit en realisme in de planning. Het zal ertoe leiden dat we minder hijgerig achter Haagse deadlines aanhollen en de tijd hebben om het draagvlak voor de integrale plannen in raden en staten te beproeven. 

Groen, gezond, slim én zelfbewust

En dacht je nou echt dat Kajsa, Cora en Erik ons laten stikken als we niet precies op tijd door hun hoepeltje springen? We zijn snelst groeiende, most competitive regio van het land, ons station heeft de meeste passagiers, we hebben de grootste universiteit maar ook de grootste bescheidenheid. Zeker als we duidelijk aangeven hoe we werken aan echt integrale planvorming en een haalbare planning hebben, zullen zij zich naar onze planning voegen. Iets meer zelfbewustzijn zal ons niet schaden. Groen, gezond en slim zijn we toch? Nou, vooruit dan!

2  reacties

Roelof Mulder 09-04-19 om 6:50

Dag Peter,

dank voor het delen van je gedachten in je blog. Je schetst op treffende wijze het dagelijkse dilemma waar veel professionals in de energietransitie mee worstelen. Je voelt de urgentie en wilt het tempo erin houden én je wilt het zorgvuldig doen, integraal en weloverwogen.

Ik heb nog 2 overwegingen die ik graag toe wil voegen aan je blog. De eerste gaat over prioritering. Omdat ruimte, geld, en mensen schaars zijn zullen we keuzes moeten maken. Het zou ons helpen als we alle opgaven dan onderbrengen in prioriteitscategorien die ons wat guidance geven.
woningbouw en energietransitie lijken dan op 1 te staan, waar we mobiliteit, landbouw, cultuurhistorie, recreatie enz enz plaatsen kunnen we wellicht beter vooraf één keer bespreken en daarna toepassen. Zouden we dan de vaart erin kunnen houden?

Mijn tweede overweging is dat de energietransitie niet de huidige grote impact hoeft te houden op de ruimtelijke ordening. Een windmolen of een zonnepaneel komen we over 1 generatie (25 jaar) wellicht helemaal niet meer tegen in ons landschap. De transitie gaat door. Dat maakt de besluitvorming misschien wat luchtiger.


Peter Smit 09-05-19 om 15:50

Dag Roelof, dank voor je reactie.
Gedeeltelijk ben ik het zeer met je eens. Inderdaad hoop ik ook dat windturbines en zonnepanelen er niet voor de eeuwigheid hoeven te staan, en dat toekomstige generaties betere technieken weten te ontwikkelen.
Bij prioritering tussen beleidsterreinen zie ik helaas te veel beleidsmakers die hun eigen beleidsterrein het belangrijkst vinden. Dat getuigt van betrokkenheid en dadendrang, maar leidt zelden tot de meest optimale oplossing. Natuurlijk, er zullen keuzes gemaakt moeten worden, de afweging is ingewikkeld en kost tijd. Maar 1 of 2 dossiers leidend laten zijn en de rest volgend lijkt mij niet de weg. Het gaat erom dat alle belangen goed aan bod komen.