IJsblokjes in het Amsterdam-Rijnkanaal

ProfielfotoPeter Smit 07-05-2019 196 keer bekeken 0 reacties

Trias energetica: eerst isoleren, dan duurzame energie gebruiken en tenslotte zo efficiënt en zorgvuldig mogelijk omgaan met niet-hernieuwbare bronnen.


Een mooi begrip, dat flirt met de basis van de staatsinrichting van onze westerse democratie, de trias politica zoals die in 1748 door Charles de Montesquieu is beschreven. Toch is er een essentieel verschil: Montesquieu zet de wetgevende, de uitvoerende en de controlerende macht onafhankelijk naast elkaar, zodat ze elkaar in evenwicht houden. Ze zijn alle drie nodig en bestaan altijd alle drie. De trias energetica heeft daarentegen iets “ladder-achtigs”: eerst dit, dan dat, zoals we in duurzaamheidsbeleid wel meer tegenkomen. In een ideale, duurzame wereld gebruiken we immers geen niet-hernieuwbare energiebronnen meer..

Trias energetica voor de RES?

Als het gaat om één gebouw met één eigenaar biedt de trias energetica een goed kader. Eerst je dak isoleren en dan de zonnepanelen erop. Helaas mogen we vrezen dat straks bij het aardgasvrij maken van wijken diverse panelen eerst weer opgetild moeten worden om het onderliggende dak te isoleren. Bezint eer ge begint…(die is al van vóór 1748 trouwens). 
Maar in de regio gaat het om een groter vraagstuk: het verduurzamen van hele wijken. Er zijn meerdere gebouwen, meerdere eigenaren en zelfs meerdere overheden betrokken bij één regionale strategie. Is de trias energetica ook een goed kader voor zo’n strategie?

Kaders zijn lokaal

Probleem 1 ontstaat al bij het woord “kader”. Kaders worden in onze vorm van regionale samenwerking vastgesteld in raden, niet op regio-niveau. We hechten eraan dat gemeenten in samenspraak met hun eigen inwoners tot een goed klimaatbeleid komen; wat dat betreft zijn de democratische waarden van Montesquieu diep verankerd in onze regio. Dan kan het dus zijn dat de ene gemeente kiest voor isolatie om het landschap zoveel mogelijk vrij te waren van windturbines, terwijl de buurgemeente kiest voor all-electric om de inwoners zo min mogelijk op kosten te jagen bij het isoleren van woningen. Komen er alsnog windturbines, die vast wel zichtbaar zijn vanuit de buurgemeente. Toch jammer.

Er is niet één oplossing

Probleem 2 zit bij het ladder-achtige van de trias energetica. We weten hoeveel energie we verbruiken en denken te weten hoeveel we in de toekomst nodig gaan hebben. Om de doelen van Parijs te halen, moeten we besparen én duurzaam opwekken. We komen er niet met alleen isoleren, en ook niet met alleen zonnepanelen op daken. Windturbines en zonnepanelen zullen ons landschap de komende decennia fors gaan veranderen, en ondertussen zullen we moeten isoleren. En toch is er alles voor te zeggen om wel alvast zoveel mogelijk te isoleren. Dat scheelt geld, en dat scheelt landschap. 

Warmte is schaars

Ondanks mijn blog van vorige maand gaat de energietransitie nog steeds vooral over elektriciteit en te weinig over warmte. De zon schijnt overal, warmte is slechts op bepaalde plekken te winnen. Maar warmte winnen heeft wel het grote voordeel dat het veel kan opleveren en weinig landschappelijke impact heeft. Vinden we het dan ok als een geschikte warmtebron onbenut blijft, omdat de lokale afweging tot een andere oplossing leidt, ook als die oplossing wél een schadelijke landschappelijke impact heeft? En omgekeerd: stel dat er straks zovelen van ons op het idee komen om warmte te winnen uit het Amsterdam-Rijnkanaal dat er ijsblokjes in gaan drijven. Hoe verdelen we dan de beschikbare warmte?

#Hoe dan?

Het zal duidelijk zijn dat we elkaar nodig hebben. Ook afwegingen die in eerste instantie volledig lokaal zijn, hebben een impact buiten de gemeentegrenzen. We zullen een gemeenschappelijke weg moeten vinden, waarin burgers zich betrokken en gehoord voelen door de meest nabije overheid, en dat is de gemeente. Gemeenten, waterschappen en provincie dragen wel met elkaar de verantwoordelijkheid voor een leefbaar landschap. Er zullen afspraken nodig zijn over hoe we daar invulling aan geven. En dan is een gezonde boerenverstand-benadering die ertoe leidt dat we maximaal inzetten op isolatie en warmtewinning, en alvast beginnen met de opwek van elektriciteit waarvan we zeker weten dat we die toch nodig gaan hebben, misschien de moeite van het uitwerken waard. Misschien niet als kader, om al te ingewikkelde governance discussies te vermijden, maar wel als gemeenschappelijk vertrekpunt. 

0  reacties