Hoe dan? - Peter Smit

  • IJsblokjes in het Amsterdam-Rijnkanaal

    ProfielfotoPeter Smit May 07, 2019 222 keer bekeken 0 comments

    Trias energetica: eerst isoleren, dan duurzame energie gebruiken en tenslotte zo efficiënt en zorgvuldig mogelijk omgaan met niet-hernieuwbare bronnen.


    Een mooi begrip, dat flirt met de basis van de staatsinrichting van onze westerse democratie, de trias politica zoals die in 1748 door Charles de Montesquieu is beschreven. Toch is er een essentieel verschil: Montesquieu zet de wetgevende, de uitvoerende en de controlerende macht onafhankelijk naast elkaar, zodat ze elkaar in evenwicht houden. Ze zijn alle drie nodig en bestaan altijd alle drie. De trias energetica heeft daarentegen iets “ladder-achtigs”: eerst dit, dan dat, zoals we in duurzaamheidsbeleid wel meer tegenkomen. In een ideale, duurzame wereld gebruiken we immers geen niet-hernieuwbare energiebronnen meer..

    Trias energetica voor de RES?

    Als het gaat om één gebouw met één eigenaar biedt de trias energetica een goed kader. Eerst je dak isoleren en dan de zonnepanelen erop. Helaas mogen we vrezen dat straks bij het aardgasvrij maken van wijken diverse panelen eerst weer opgetild moeten worden om het onderliggende dak te isoleren. Bezint eer ge begint…(die is al van vóór 1748 trouwens). 
    Maar in de regio gaat het om een groter vraagstuk: het verduurzamen van hele wijken. Er zijn meerdere gebouwen, meerdere eigenaren en zelfs meerdere overheden betrokken bij één regionale strategie. Is de trias energetica ook een goed kader voor zo’n strategie?

    Kaders zijn lokaal

    Probleem 1 ontstaat al bij het woord “kader”. Kaders worden in onze vorm van regionale samenwerking vastgesteld in raden, niet op regio-niveau. We hechten eraan dat gemeenten in samenspraak met hun eigen inwoners tot een goed klimaatbeleid komen; wat dat betreft zijn de democratische waarden van Montesquieu diep verankerd in onze regio. Dan kan het dus zijn dat de ene gemeente kiest voor isolatie om het landschap zoveel mogelijk vrij te waren van windturbines, terwijl de buurgemeente kiest voor all-electric om de inwoners zo min mogelijk op kosten te jagen bij het isoleren van woningen. Komen er alsnog windturbines, die vast wel zichtbaar zijn vanuit de buurgemeente. Toch jammer.

    Er is niet één oplossing

    Probleem 2 zit bij het ladder-achtige van de trias energetica. We weten hoeveel energie we verbruiken en denken te weten hoeveel we in de toekomst nodig gaan hebben. Om de doelen van Parijs te halen, moeten we besparen én duurzaam opwekken. We komen er niet met alleen isoleren, en ook niet met alleen zonnepanelen op daken. Windturbines en zonnepanelen zullen ons landschap de komende decennia fors gaan veranderen, en ondertussen zullen we moeten isoleren. En toch is er alles voor te zeggen om wel alvast zoveel mogelijk te isoleren. Dat scheelt geld, en dat scheelt landschap. 

    Warmte is schaars

    Ondanks mijn blog van vorige maand gaat de energietransitie nog steeds vooral over elektriciteit en te weinig over warmte. De zon schijnt overal, warmte is slechts op bepaalde plekken te winnen. Maar warmte winnen heeft wel het grote voordeel dat het veel kan opleveren en weinig landschappelijke impact heeft. Vinden we het dan ok als een geschikte warmtebron onbenut blijft, omdat de lokale afweging tot een andere oplossing leidt, ook als die oplossing wél een schadelijke landschappelijke impact heeft? En omgekeerd: stel dat er straks zovelen van ons op het idee komen om warmte te winnen uit het Amsterdam-Rijnkanaal dat er ijsblokjes in gaan drijven. Hoe verdelen we dan de beschikbare warmte?

    #Hoe dan?

    Het zal duidelijk zijn dat we elkaar nodig hebben. Ook afwegingen die in eerste instantie volledig lokaal zijn, hebben een impact buiten de gemeentegrenzen. We zullen een gemeenschappelijke weg moeten vinden, waarin burgers zich betrokken en gehoord voelen door de meest nabije overheid, en dat is de gemeente. Gemeenten, waterschappen en provincie dragen wel met elkaar de verantwoordelijkheid voor een leefbaar landschap. Er zullen afspraken nodig zijn over hoe we daar invulling aan geven. En dan is een gezonde boerenverstand-benadering die ertoe leidt dat we maximaal inzetten op isolatie en warmtewinning, en alvast beginnen met de opwek van elektriciteit waarvan we zeker weten dat we die toch nodig gaan hebben, misschien de moeite van het uitwerken waard. Misschien niet als kader, om al te ingewikkelde governance discussies te vermijden, maar wel als gemeenschappelijk vertrekpunt. 

  • Warmte verdient aandacht

    ProfielfotoPeter Smit April 01, 2019 277 keer bekeken 2 comments

    We zitten er graag warmpjes bij. Warmte is in dit koude kikkerlandje zo belangrijk, dat het warm hebben metaforisch is voor rijkdom en macht. Maar warmte krijgt in de energietransitie nog niet de aandacht die het verdient. Dat constateren CE Delft en Deltares over aquathermie en het Planbureau voor de leefomgeving over geothermie.


    Ruimte is ons kostbaarste bezit

    Waarom verdient warmte de aandacht? Nou, bijvoorbeeld omdat warmte winnen uit afvalwater het  aantal windturbines dat we nodig gaan hebben verkleint, terwijl de warmtewinning uit water zelf maar weinig ruimte nodig heeft. Kijk maar in Overvecht waar een grote warmtepomp 25 Megawatt aan warmte gaat leveren uit afvalwater. Dat scheelt 8 of 9 windmolens!  
    Helaas weten we nog weinig van de mogelijkheden in Utrecht om warmte te winnen uit de diepe ondergrond (geothermie). Daar wordt in onze provincie nu onderzoek naar gedaan. Binnen 2 jaar weten we wat de mogelijkheden zijn. Voor winnen van aardwarmte zijn boven de grond installaties nodig. De ruimte die deze installaties nodig hebben, is beperkt, zeker in vergelijking tot de ruimte die nodig is voor zonnepanelen of windturbines. Warmte verdient de aandacht omdat het veel energie kan opleveren en weinig ruimte kost. 

    Integraal is makkelijk gezegd…

    Waar wringt de schoen? Behalve bij de individuele keuzevrijheid (waarover in een later blog meer), wringt de schoen bij de transporteerbaarheid van warmte. Iets dat warm is, koelt af. De warmte die je kunt winnen wil je daarom het liefst zo gauw mogelijk in de huizen hebben. Dat betekent ofwel warmte winnen dichtbij of in de bebouwde kom, ofwel nog te bouwen huizen en kantoren dichtbij warmtebronnen zetten. Tenzij dat laatste niet nodig is, omdat de nieuwbouwhuizen van zichzelf al energieleverend zijn en niet meer aangesloten hoeven te worden op een warmtenet. Ruimtelijke ontwikkelingen slim op elkaar afstemmen noemen we integrale planvorming. Dat streven we na in het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) van U10, en ik denk dat straks ook de provinciale omgevingsvisie (POVI) bol staat van de ambitie om de ruimtelijke ontwikkelingen in hun onderlinge verband te bezien. Dus dat komt goed. Toch? 

    …maar moeilijk gedaan.

    Ik hoop het. Timing is everything, maar schijn bedriegt. Dit voorjaar schijnt minister Ollongren met ons te willen afspreken dat we geplande huizen sneller gaan bouwen, want de Utrechtse woningmarkt staat onder druk. In november schijnt minister van Nieuwenhuizen te willen weten waar we tussen 2025 en 2040 huizen gaan bouwen zodat we weten waar de infrastructuur onder druk komt te staan. Minister Wiebes schijnt binnen een jaar na ondertekening van het nationale klimaatakkoord van ons te willen horen hoeveel duurzame elektriciteit we denken op te wekken in 2030. Alleen weet hij nog niet wanneer het klimaatakkoord wordt ondertekend, ergens tussen april en juni van dit jaar is de verwachting. Hij schijnt al wel te weten dat alle gemeenten in 2021 hun warmtetransitieplannen klaar moeten hebben. Daarin moet staan wanneer welke wijk van het gas afgaat en wat is voor die wijk de beste warmtebron is. Hoe gaan we er in dit woud van sectorale ministeriële wensen onze integrale planvorming vormgeven? In Twente zeggen we dan: Loat oe de kop nich gek maak’n. 

    #Hoe dan?

    Laten we ervoor kiezen om zowel in REP als in POVI, de inhoud voorop te zetten én een zelfbewuste koers te varen. Goed en zorgvuldig kijken hoe bijvoorbeeld de beschikbaarheid van warmtebronnen, de mogelijkheden voor woningbouw en de bereikbaarheid zich tot elkaar verhouden en dan pas keuzes maken. Het intrigerende is, dat de Utrechtse planontwikkeling van REP en POVI vertrekken vanuit vage beleidskaders met een hoog abstractieniveau en toewerken via steeds scherpere contouren naar concrete projecten. De planvorming van de rijksoverheid rondom infrastructuur, energie en woningbouw werkt natuurlijk precies zo, maar daarvan zijn we ons niet altijd bewust. Dus spreken we wel af wanneer we een bepaald document leveren, maar spreken we van tevoren niet voldoende af hoe concreet dat document moet zijn. Laten we dat wel gaan doen. Dat maakt de planning niet eenvoudiger, maar biedt wel de noodzakelijke ruimte voor integraliteit en realisme in de planning. Het zal ertoe leiden dat we minder hijgerig achter Haagse deadlines aanhollen en de tijd hebben om het draagvlak voor de integrale plannen in raden en staten te beproeven. 

    Groen, gezond, slim én zelfbewust

    En dacht je nou echt dat Kajsa, Cora en Erik ons laten stikken als we niet precies op tijd door hun hoepeltje springen? We zijn snelst groeiende, most competitive regio van het land, ons station heeft de meeste passagiers, we hebben de grootste universiteit maar ook de grootste bescheidenheid. Zeker als we duidelijk aangeven hoe we werken aan echt integrale planvorming en een haalbare planning hebben, zullen zij zich naar onze planning voegen. Iets meer zelfbewustzijn zal ons niet schaden. Groen, gezond en slim zijn we toch? Nou, vooruit dan!

  • De participatie is al begonnen

    ProfielfotoPeter Smit March 01, 2019 179 keer bekeken 2 comments

    “De participatie is al begonnen.” Die zin hoorde ik de afgelopen week twee keer. Eén keer uit de mond van een wethouder tijdens het overleg tussen de voorzitters van de U10 bestuurstafels. En één keer uit de mond van Johan Simon, onze communicatieadviseur. Dan heb je te maken met telepathie, of met een waarheid als een koe. Ik denk het het laatste. Over energietransitie zijn er al veel communicatiemiddelen ingezet en participatieprojecten begonnen: lokaal, regionaal en provinciaal. Ik denk dat het verstandig is om in elke RES gebied te kijken of al die projecten opgetild kunnen worden tot één samenhangende communicatiestrategie voor dat gebied. 
    Maar laten we eerst even het veld verkennen.


    Vroeger was het leven simpel

    Dat energietransitie een forse impact op de ruimte zal hebben is duidelijk, maar hoe en wanneer ga je daarover in gesprek met raden, stakeholders en de samenleving? Vroeger – ja, ik ben ook een grootouder voor het klimaat – was het antwoord simpel. We schreven een beleidsstuk en ontwikkelden een nette inspraakprocedure. Daar mocht iedereen meepraten over het voorstel dat de overheid deed op de manier die de overheid wilde en op de toon die de overheid uitkwam. Maar sinds we erachter zijn gekomen dat we hiermee vooral boze burgers verzamelen in voorheen rokerige zaaltjes die aan het eind van de avond nóg bozer zijn geworden, moet het anders. En terecht. 

    De valkuil 

    Toch is het gevaar levensgroot dat we met onze regionale energiestrategieën dezelfde kant op gaan. Zodra het klimaatakkoord in Den Haag is ondertekend, rollen de procedures over ons heen: binnen 6 maanden een concept bod, na een jaar een definitief bod, in 2021 de warmtetransitieplannen gereed en graag met maatschappelijk draagvlak, betrokkenheid van alle stakeholders en instemming van de raden. Gaan we weer met alle conceptstukken in zaaltjes zitten om te horen wat mensen ervan vinden? En dan besluiten in de raden en de colleges? Of durven we het anders te doen? 

    #Hoe dan?

    Laten we gebruik maken van wat er al is:

    • We hebben een Energieloket
    • We doen (bijna) allemaal jaarlijks mee aan de Duurzame Huizenroute
    • We hebben Watt Nou! een geweldig initiatief van de NMU om jongeren bij het klimaatdebat te betrekken
    • We hebben een vitaal netwerk van lokale energiegroepen (eveneens ondersteund vanuit NMU)
    • We hebben tal van lokale en subregionale acties, al dan niet met collectieve inkoop, over bijvoorbeeld zonnepanelen
    • We hebben woningbouwverenigingen die actief en concreet werken aan verduurzaming van hun bezit
    • We hebben Team SNEL waar de provincie en EBU een fris en effectief initiatief heeft genomen om wijkaanpakken te ontwikkelen
    • Er is een fantastisch klimaatspel in veel gemeenten al gespeeld met raadsleden en/of burgers. 

    Ik pretendeer overigens geen volledigheid met dit lijstje, ik weet niet alles. Het lijstje hierboven bevat allerlei zaken, die met financiële of personele hulp van gemeenten en provincie worden uitgevoerd.  En doordat we hutje bij mutje leggen, worden die zaken zowel effectiever als efficiënter. 

    Samenhang in strategie of 1000 bloeiende bloemen?

    Precies op het moment dat het Malieveld volliep met klimaatspijbelaars, vroeg de NMU gemeenten mee te doen met Watt Nou!. Dit laat zien dat het netwerk in staat is te voorkomen dat er 26 verschillende jongerencampagnes vanuit evenzoveel gemeenten worden opgetuigd. 

    Laten we onze gezamenlijke kracht ook inzetten voor de communicatie en participatie rond de Regionale Energiestrategie (RES). Het netwerk is goed op orde, en deze Energiewerkplaats helpt iedereen om nog beter te weten wie waarmee bezig is.

    Misschien helpt het voor wethouders en raadsleden, maar ook voor de stakeholders en de doelgroepen om zichtbaar te maken dat de zaken op het lijstje hierboven met elkaar samenhangen en elkaar aanvullen. Misschien bereiken we meer resultaat met de diversiteit van 1000 bloeiende bloemen. Het zal best wat moeite kosten om hierin als samenwerkende overheden een goede keuze te maken. 

    Vul het lijstje aan!

    Heb jij voorbeelden van communicatie- en participatietrajecten? Laat het mij dan weten in de reacties hieronder. Ik ben erg benieuwd!  Johan ook, denk ik. Want dat de participatie al begonnen is, is een waarheid als een koe!

     

  • inspiratie?

    ProfielfotoEline Aardse March 07, 2019 93 keer bekeken 0 comments

    Ha Peter,

    Ik las vanochtend een leuke blog van René Cuperus die mooi aansluit bij jouw verhaal!